Terug naar af? Het nieuwe Rijksmuseum en de Nederlandse koloniale geschiedenis

Bijna drie jaar geleden schreef ik, naar aanleiding van de opening van het Rijksmuseum op 13 april 2013, onderstaand blog voor het inmiddels opgeheven Erfgoedblog van de Open Universiteit.

Het nieuwe Rijksmuseum wil hét museum van Nederland zijn, de ‘schatkamer van Nederland’. Het was directeur Henk van Os (directeur van 1989 tot 1996) die deze laatste slogan met veel succes lanceerde. Het was ook Van Os die eind jaren negentig een Rijksmuseum voor ogen had dat kunst, kunstnijverheid en geschiedenis integreerde. Van Os was in zijn opvattingen sterk beïnvloed door het verleden van het museum: de gemengde opstelling van kunst(nijverheid) en geschiedenis was eigenlijk een terugkeer naar de situatie van 1885: ‘Het Rijks Museum te Amsterdam is niet slechts en moet niet slechts zijn een verzameling van kunstwerken van den 1en rang; het is tevens een historisch en cultureel museum’, was het devies eind negentiende eeuw. En dat museum moest vaderlandsliefde en trots opwekken.

Over het nieuwe Rijksmuseum zegt de invloedrijke Britse historicus Simon Schama dat het de Nederlanders met plezier doet kijken naar hun nationale cultuur en geschiedenis. Een herhaling van zetten dus? Eigenlijk wel, zeker omdat de nieuwe opstelling hier en daar sterk overeenkomt met die van rond 1900.

De koloniën
Geldt dit ook voor de huidige opstellingen over de koloniën? Of wordt die geschiedenis, in dit post-koloniale tijdperk, kritischer benaderd? De objecten die ruim honderd jaar geleden de koloniale geschiedenis van Nederland vertegenwoordigen, zijn er nu ook weer, tot en met de VOC-kanonnen en de Lombokschat aan toe. Ook de twee op zichzelf staande afdelingen ‘Nederland overzee’ uit de zeventiende en achttiende eeuw verschillen niet wezenlijk van de negentiende-eeuwse presentatie: het is, zoals de titel al verraadt, een Nederlands verhaal over Nederlanders in Japan, Brazilië, de West, India, Ceylon en Nederlands-Indië. Dit wordt nog eens onderstreept door een soortgelijke opstelling.

De Lombokschat in het nieuwe rijksmuseum compri
De in 1894 uit het paleis van de raja van Lombok geroofde objecten gepresenteerd in het museum als ‘Lombokschat’.

Kan dit wel?
Een mild kritische houding wordt aangenomen in enkele objectteksten, maar is dat voldoende? Kun je zomaar de bloedig verworven Lombokschat exposeren en enkel vermelden dat het Nederlandse oorlogsbuit was en dat de expeditie plaats vond om de Nederlandse invloedsfeer in Indië te vergroten? Zelfs de naam waaronder de verzameling kostbaarheden van oudsher bekend staat, het positief klinkende Lombok‘schat’, is niet veranderd. De lange geschiedenis van onderdrukking ten aanzien van de lokale bevolking wordt gesymboliseerd in een schild van een Aceher dat hangt naast het beroemde schilderij van Pieneman waarin de Javaanse prins Diponegoro zich laat arresteren. Maar er wordt geen expliciete aandacht geschonken aan het structurele geweld in de kolonie.

Slavernij
Meer expliciete aandacht voor de zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis is er in een vitrine over de slavernij in Suriname: het beruchte boek van de Schot John Gabriel Stedman ligt opengeslagen op de pagina met de afbeelding van een slaaf die met een spies door zijn ribben aan een galg is gehangen. Intieme (medaillon)portretjes van Surinaamse vrouwen vertellen het verhaal van slavernij en vrijlating in een notendop. Elders in het museum krijgt de bezoeker echter het traditionele verhaal over de ‘VOC-mentaliteit’ van de Nederlanders.

Esthetiek overheerst
Er zijn genoeg objecten die in potentie het verhaal van het Nederlands kolonialisme kritisch kunnen vertellen, mits ze ingebed worden in een andere context. Het lijkt juist wel alsof impliciet het tegenovergestelde gebeurt: door de opstellingen van vroeger te kopiëren lijkt men de opvattingen van de negentiende eeuw nog eens te bevestigen. In het nieuwe Rijksmuseum is geschiedenis weliswaar aanwezig, maar die wordt niet ‘sprekend’ gemaakt. Het is de esthetiek die overheerst.

Een gemiste kans?
Het verhaal dat een museum vertelt is van grote invloed op de publieke perceptie van een bepaalde periode. En zeker een museum dat zich hét nationale museum van Nederland, officieus erfgenaam van het ter ziele gegane Nationaal Historisch Museum, mag noemen, heeft wat dat betreft een verantwoordelijkheid. Is het dan van deze tijd om ervoor te kiezen de koloniale geschiedenis, waarover in Nederland nooit een écht debat is gevoerd, niet te problematiseren? Of is dat een gemiste kans?

Het collectieboek van Harm Stevens, Gepeperd verleden. Indonesië en Nederland sinds 1600 door Harm Stevens, uitgeverij Vantilt 2015 vindt u hier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s