Over kannibalen en de Efteling

De Pietendiscussie, met bijbehorende emoties, in het klein. Dat is wat een aanklacht, van een groep die zich ‘Stop Oppressive Stereotypes’ noemt, binnen enkele dagen heeft opgeleverd. Hun brief ging dit weekend viral. Ze beschuldigen Nederlands meest geliefde pretpark de Efteling ervan racistisch te stereotyperen door middel van attracties als Monsieur Cannibale en Carnaval Festival.

Hoewel de meeste reacties die deze brief opwekt, lijken te suggereren dat bepaalde groepen in de Nederlandse samenleving weer iets nieuws gevonden hebben om over te ‘zeuren’,  is niets minder waar. Al bij de opening van de gewraakte attractie Monsieur Cannibale in 1988 trok Meldpunt Discriminatie aan de bel en werd door de Efteling als verzoeningspoging een ‘blank figuur’ bij de ‘neger op de zuil’ (aldus de Efteling!)  geplaatst.[1] En niet alleen door kritische Nederlanders, maar ook door anderen die niet gericht op zoek waren naar racistische uitingen, maar er plotseling mee werden geconfronteerd, zoals de Amerikaanse journaliste Gisela Williams die de Efteling in 2014 als pretpark recenseerde, wordt vooral deze attractie als racistisch beschouwd (waarop Williams overigens door vriendelijke medelanders met de dood werd bedreigd). Hoe kunnen wij de discrepantie tussen het niet of wel kunnen ‘zien’ en ‘herinneren’ van dit racisme verklaren?

Monsieur Cannibale
Monsieur Cannibale in de Efteling, nog zonder de overkapping van 2002.

 

Culturele archief en ‘vergeten’

Onlangs las ik het nieuwe boek van emeritus hoogleraar gender en etniciteit Gloria Wekker, White innocence: paradoxes of colonialism and race (Durham/Londen 2016) en herlas ik Paul Bijls artikel uit 2012 over koloniaal geweld.[2] Bijl stelt dat koloniaal geweld niet zozeer vergeten is in Nederland, maar dat men moeite heeft het in een nationaal raamwerk betekenis te geven. Het past niet in het Nederlandse beeld van zijn nationale geschiedenis. Waar Nederland als natie zich wel graag op laat voorstaan en wat dus wel in het dominante vertoog past, is een nostalgische versie van het koloniale verleden. Bijl noemt daarbij de Efteling waar de achtbaan De Vliegende Hollander voorzien is van een VOC-thema en er een horecapunt is dat ‘Station de Oost’ heet. ‘Het lijkt alsof je een koloniaal station in Oud-Indië binnen stapt’, aldus de Efteling.[3]

Het beeld van de Nederlandse natie als milde, weldadige kolonisator stamt nog uit de koloniale periode en is altijd blijven overheersen. Het bepaalt ons culturele archief, een term van literatuurwetenschapper Edward Said en aangehaald door Wekker: de patronen die in onze manier van denken en handelen zitten en dat ons zelfbeeld bepaalde en bepaalt.[4] Racistisch denken vormde in de negentiende eeuw onderdeel van dat culturele archief en werkt door tot op de dag van vandaag. Het wordt echter zelden of nooit onder woorden gebracht, omdat het niet strookt met het gecreëerde Nederlands zelfbeeld en daarom niet erkend wordt.

Monsieur Cannibale

Monsieur Cannibale getuigt van dit doorwerkende culturele archief: het is in de late jaren tachtig van de twintigste eeuw ontworpen door Henny Knoet waarbij de Efteling uit verschillende ontwerpen bewust koos voor die met de ‘Afrikaanse kannibaal’. Hierbij borduurde de Efteling zonder gewetenswroeging voort op een stereotype dat dan al oud is: volgens socioloog Nederveen Pieterse is het stereotype van ‘de’  ‘Afrikaanse kannibaal’ als een in een kookpot roerende donkere wildeman, die zijn hongerig oog heeft laten vallen op een in een net tropenpak gestoken blanke, zelfs een constant en terugkerend thema van 1870 tot 1970.[5]

Het beeld stamt dan ook uit een periode waarin de Europese naties grote delen van Afrika en Azië zowel politiek als sociaal-cultureel overheersten. Ook in de eerder genoemde attractie Carnaval Festival, geopend in 1984, grijpt de Efteling terug op uit die periode stammende neerbuigende beschrijvingen van nationaliteiten: waar de pop die de Verenigde Staten moeten uitbeelden, beschreven wordt als de ‘Amerikaan’  heten de Japanners ‘Japannertjes’ en worden de Chinezen beschreven als ‘Chinese carnavalvierders, compleet met spleetogen, uitstekende tandjes en borden op stokjes’.[6]

De kritiek die Monsieur Cannibale krijgt na de opening, belandt niet in het Nederlandse collectief geheugen, omdat het niet past in het nationale zelfbeeld. Hetzelfde geldt voor het artikel van Williams; eventjes genereert het aandacht, om vervolgens weer ‘vergeten’  te worden. De huidige kritiek lijkt dus nieuw, maar is het niet en wekt wederom negatieve reacties op van Nederlanders die hun beeld van de Nederlandse identiteit bedreigd zien.

Veel Nederlanders, en ook de Efteling, zouden zich wat mij betreft moeten realiseren wat hun eigen denken en handelen nu feitelijk bepaalt en daarop kritischer moeten reflecteren, zonder meteen in de verdediging te schieten. Dat levert een veel vruchtbaarder discussie en een toleranter (want dat waren we toch volgens velen?) samenleving op.

Het boek van Gloria Wekker, White innocence: paradoxes of colonialism and race (Durham/Londen 2016) is hier te koop.

Noten

[1] https://www.eftepedia.nl/lemma/Monsieur_Cannibale (geraadpleegd 5 juli 2016).

[2] Paul Bijl, ‘Colonial memory and forgetting in the Netherlands and Indonesia’, Journal of Genocide Research 14 (2012) 441–461.

[3] https://m.efteling.com/nl/stationdeoost (geraadpleegd 5 juli 2016).

[4] Gloria Wekker, White innocence: paradoxes of colonialism and race (Durham/Londen 2016) 2.

[5] Jan Nederveen Pieterse, Wit over zwart. Beelden van Afrika en zwarten in de westerse populaire cultuur (Amsterdam/Den Haag 1990) 114.

[6] https://www.eftepedia.nl/lemma/Carnaval_Festival (geraadpleegd 5 juli 2016).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s