Origineel water uit de Jordaan en kamelenkeutels: over de politisering van erfgoed

De zomer vordert inmiddels gestaag. Het laatste blog dat ik schreef ging over souvenirs, zoals het ‘unieke woestijnzand’ dat de dames Steinmetz van hun bootreis vanuit Batavia naar Nederland meenamen, in de collectie van het Nationaal Museum van Wereldculturen. Naar aanleiding daarvan berichtte Mirjam Shatanawi, conservator Midden-Oosten en Noord-Afrika aldaar, mij dat dat zand niet op zichzelf stond. Er waren nog meer van dergelijke fascinerende souvenirs te vinden in de collectie van het museum. Wat te denken van ‘twaalf kamelenkeutels in een plastic zak’ uit de woestijn van Marokko,[i] een Libische woestijnroos[ii] en ‘origineel water uit de Jordaan’[iii] (volgens Mirjam helaas verdampt)?

Origineel water uit de Jordaan

Aan dat ‘originele water uit de Jordaan’ moest ik deze weken, inmiddels op reis, denken toen ik zelf tamelijk toevallig aan kwam bij de Jordaan; een op dit moment vrij onbeduidend stroompje groenig water dat van de Zee van Galilea (u weet wel, waar Jezus over het water liep) in het noorden naar de Dode Zee in het zuiden loopt. We waren geloodst naar Yardenit, dat aan ons gepresenteerd werd als dé plek waar Jezus gedoopt werd door Johannes de Doper.

Op die plek vond een levendige handel plaats; niet alleen kon je je er tegen betaling laten (her)dopen, ook kon je diverse souvenirs aanschaffen. Zo was het mogelijk niet alleen zelf, tegen betaling, flesjes te vullen met water uit de Jordaan, maar je kon er ook reeds gevulde flesjes, voorzien van de waarschuwing dat het geen drinkwater betrof (wat het, heel slim, meteen weer een stuk geloofwaardiger maakte), kopen, evenals allerlei soorten andere ‘Heilig Land’-souvenirs. Goedkope plastic slippers kostten voorzien van het etiket ‘Holy Land souvenir’ een fortuin. Dergelijke souvenirs hebben een andere betekenis dan het blikje woestijnzand of de kamelenkeutels in een zak. Door hun relatie met de plek, die claimt dé historische plek te zijn, krijgen de flesjes water voor christelijke gelovigen een religieuze betekenis met soms daaraan verbonden bovennatuurlijke krachten.

Dé doopplaats van Jezus?

De relatie met de ‘authentieke’, ‘originele’ plek is derhalve belangrijk voor zowel de pelgrim als de verkoper, maar authenticiteit blijkt soms niet meer dan slechts een constructie te zijn, bepaald door sociale en culturele processen en veelal beïnvloed door machtsrelaties.[iv] Erfgoed is eigenlijk altijd politiek. Dat blijkt ook hier het geval: Yardenit is door de Israëlische autoriteiten in 1981 aangewezen als dé plaats waar Jezus werd gedoopt nadat de oorspronkelijke plaats met diezelfde claim als gevolg van de Zesdaagse Oorlog in 1967 tot 2011 ontoegankelijk was geworden. En nu dat die plek weer toegankelijk is, blijft Yardenit open, terwijl de oude plek onderwerp is geworden van een politiek-culturele discussie over authenticiteit: het ligt precies op de grens van Israël en Jordanië en in bovendien door Israël bezet Palestijns gebied.

In 2015 heeft UNESCO, de meest gezaghebbende instantie op het gebied van erfgoed, bepaald dat op basis van archeologische en tekstuele bronnen de Jordaanse oostelijke oever, Al-Maghtas, de beste papieren heeft om ‘dé’ historische plaats te zijn. Sinds vorig jaar juli is Al-Maghtas dan ook UNESCO werelderfgoed geworden en betwisten de Palestijnen de legitimiteit van die benoeming. Immers, de status van werelderfgoed betekent een mondiale gezaghebbende bevestiging van authenticiteit en zal zorgen voor meer bezoekers en dus meer inkomsten.

De paradox van authenticiteit

Maakt het iets uit voor de kopers van souvenirs? Niets, zolang ze zelf de plek als ‘authentiek’ beleven. Letterkundige Jonathan Culler[v] wees al eens op deze paradox: om iets als authentiek te ervaren moet de plek gemarkeerd worden als authentiek: ‘echt’ water uit de Jordaan, een bordje met de tekst dat hier Jezus is gedoopt, een website die stelt dat Yardenit ‘de unieke en geregistreerde doopplaats is voor christelijke pelgrims’. Zolang dat gebeurt, zullen mensen iets als ‘authentiek’ beleven. Zulke labels zijn echter altijd, zoals we zagen, de uitkomst van een sociaal-politiek proces en daarmee is zo’n plek nooit authentiek in de zin van ‘oorspronkelijk’ en ‘onbedorven’ en kan het, zoals we zagen, onderwerp worden van discussie.

Wat heeft de doopplaats van Jezus te zoeken, denkt u wellicht, op een blog dat vooral over Nederlands-Indië gaat? Niets, behalve dat een handjevol Nederlanders in de negentiende eeuw het Heilige Land ook aandeden, op zoek naar het authentieke beloofde land gehuld in ‘het mystieke waas der gewijde overleveringen’.[vi] Enkelen, zoals J. van der Chijs (1813-1889), deden dat onderweg ‘overland’ van of naar Indië. Over hem volgende keer een blogje.

Noten

[i] Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen, TM-3064-23.

[ii] Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen, TM -2486-1, TM-3978-16.

[iii] Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen, RV-B76-144.

[iv] Laurajane Smith, The uses of heritage (Londen / New York 2006).

[v] Jonathan Culler, Framing the sign: criticism and its institutions (Norman 1988) 164.

[vi] Arnhemsche Courant, 1 maart 1873.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s