Kijken zonder te zien: Van der Chijs’ reis naar Palestina vanuit Indië in 1869

In de zomer van 1869 stapte de Delftse boterhandelaar Jacobus van der Chijs (1813-1889), samen met zijn ongeveer vijfentwintigjarige dochter Anna Susanna (1844-1891), in de trein naar Marseille. Anna was twee maanden daarvoor met de handschoen getrouwd met Gerard W.H.W. van Haeften (1845-?), een genieluitenant in Batavia, en nu op weg naar haar kersverse echtgenoot, veilig geëscorteerd door haar vader. Een vader die later besloot zijn reiservaringen op papier te zetten en het als boekje uit te geven.[i]

cornelis-kruseman-portret-van-jacob-van-der-chijs-christine-kesman-en-kinderen-jacobus-en-anna-susanna-1849-particuliere-collectie
Familieportret geschilderd door Cornelis Kruseman uit 1849 van J. van der Chijs (1813-1889), zijn vrouw Christine M.H. Kesman (1815-1903) en kinderen Jacobus (1842-1895) en Anna Susanna (1844-1891). Particuliere collectie (foto via RKD- Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis)

 

Van der Chijs’ reis naar Java en terug over ‘Engelsch Indië en Palestina’

In het boekje lezen we dat Van der Chijs besloot via de zogenaamde ‘overland route’ naar Java te reizen. Het Suezkanaal, dat de reistijd tussen Azië en Europa zo ontzettend zou bekorten, was nog niet geopend (dat zou een luttele drie maanden later gebeuren) en het waren nog overwegend relatief trage zeilschepen die op Indië voeren. De ‘overland route’, die via Egypte liep, was sneller. Vanaf Aden kon men zich laten inschepen op Britse stomers die richting India en vandaar naar Ceylon en vervolgens Batavia voeren. Niet alleen betekende dit, in de woorden van Van der Chijs, dat het ‘tijdverlies [werd] ontgaan’, maar ook dat het hem de kans gaf om op de terugweg, alleen, Brits-Indië en Palestina te bezoeken. Landen die in die tijd nauwelijks werden aangedaan door Nederlanders en waar hij nu immers ‘zoo nabij’ was. In Port Said nam hij, vol verwachtingen van wat hij zou aantreffen in het Heilig Land, een boot van de Oostenrijkse Lloyd naar Jaffa, een van de old-port-of-jaffaoudste havens ter wereld.

Van der Chijs’ ‘tourist gaze’

Een dergelijk geheel van verwachtingen van reizigers, op zoek naar ‘authentieke’ ervaringen, van plaatsen en de bevolking (die zich uiteindelijk naar deze verwachtingen zal gaan gedragen), wordt door socioloog John Urry de ‘tourist gaze’ genoemd.[ii] Van der Chijs’ opvattingen over oorspronkelijk en authentiek waren, zelfs in een tijd dat er nog geen sprake was van massatoerisme, gevormd in Europa en gebaseerd op tegenstellingen waar literatuurwetenschapper Edward Said in 1979 in zijn beroemde werk Orientalism op wees: het Westen werd gezien als rationeel, cultureel beschaafd en continu in ontwikkeling. Het Oosten was in alles het tegenovergestelde: mystiek, onbeschaafd en onontwikkeld. Een plaats waar de tijd had stil gestaan. Van der Chijs verwachtte een land waar de Arabische cultuur en samenleving waren gestagneerd en waar het joods-christelijke erfgoed bevroren was in de tijd.

Authenticiteit in het Heilig Land

baedekerReisgidsen bevestigden het beeld van een land zonder beschaving of cultuur. Als Van der Chijs Baedeker’s Palestine and Syria handbook for travellers (de eerste editie verscheen in 1876) raadpleegde, zou hij lezen: ‘the chief attraction of a visit to Palestine and Syria lies in their historical associations’. [iii] Voor meer moest men er niet naar afreizen. Van der Chijs bevestigde dat beeld. Hij schreef aan zijn lezers:

‘Mijne indrukken waren dan ook allertreurigst. Het zijn alleen de hoogst belangrijke herinneringen, welke de hier zeer moeijelijke reis doen maken; weinig natuurschoon en niets van schoone kunsten wordt er gevonden.’[iv]

De aanleg van de spoorlijn tussen Jeruzalem en Jaffa in 1873 werd bekritiseerd door een Nederlandse krant, simpelweg omdat het niet aan het idee van de Oriënt voldeed. Ja, schreef de journalist, het was waar dat in andere antieke steden zoals Rome ook een trein liep en dat men vanuit Athene telegrammen ontving, maar dat waren steden die steeds een rol hadden vervuld ‘in de ontwikkelingsgeschiedenis der nieuwe wereld; de steden van Klein-Azië daarentegen bleven gehuld in het mystieke waas der gewijde overleveringen. Door den aanleg van spoorwegen en telegrafen in die streken wordt ook dit [sic] waas weggenomen’.[v]

De authenticiteit die Van der Chijs zocht in Palestina vond hij dan ook in deze ‘gewijde overleveringen’: religieuze emoties overvielen hem toen hij de historische, heilige, plaatsen uit de Bijbel bezocht.

‘Het was aangrijpend en een der meest belangrijke oogenblikken, die ik ooit beleefde. Jerusalem en de Olijfberg voor ons, met alle daaraan verbondene weemoedige herinneringen! Na zooveel van Gods schepping gezien te hebben, zou ik thans ook nog de plaats aanschouwen, waar Christus’ prediking aanving en zijn kruisdood plaats had.’[vi]

Ze overvielen hem natuurlijk, omdat hij ze verwachtte, omdat ze onderdeel uitmaakten van zijn ‘tourist gaze’. Deze verwachtingen filterden, bepaalden, Van der Chijs’ ervaringen.  Meer dan dat ‘zag’ Van der Chijs niet. Hij keek wel, maar zag niet.

Noten

[i] J. van der Chijs, Mijne reis naar Java in 1869 en terugkeer over Engelsch Indië, Palestina enz. in 1870 (Utrecht 1874). Dit boekje wordt in het ‘Repertorium van egodocumenten van Noord-Nederlanders uit de negentiende eeuw’ in mijn optiek aan de verkeerde Van der Chijs toegeschreven: het repertorium noemt J.A. van der Chijs  (1831-1905) als auteur. Deze Van der Chijs leefde in 1869 reeds meer dan tien jaar in Indië en zou daar carrière maken. J. van der Chijs (1813-1889) had daarentegen een dochter die in 1869, het moment dat de auteur van het boekje naar Indië reisde,  met een officier uit Batavia trouwde en hoewel het nergens in het boekje wordt vermeld (zijn hele dochter speelt, ondanks dat hij opmerkt dat zij zijn reisgezelschap is, geen rol van betekenis) lijkt het logisch te veronderstellen dat J. van der Chijs haar als goede vader wegbracht.

[ii] John Urry, The tourist gaze: leisure and travel in contemporary societies (Londen 1990).

[iii] Baedeker’s Palestine and Syria handbook for travellers (Leipzig/Londen/New York 1912)

[iv] Van der Chijs, Mijne reis naar Java in 1869, 90.

[v] Arnhemsche Courant, 1 maart 1873.

[vi] Van der Chijs, Mijne reis naar Java in 1869, 95.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s