Recensie tentoonstelling Rethinking HOME, Nieuw Dakota, Amsterdam

Door: Ardjuna Candotti en Caroline Drieënhuizen

Goed verstopt in een loods op de winderige vlakten van industrieel Amsterdam-Noord vindt men een pareltje van een expositie over Indonesisch-Nederlandse erfenissen: Rethinking HOME in galerie Nieuw Dakota.

Dit keer geen tentoonstelling over Nederland en Indonesië waarin Raden Salehs en Willem Dooyewaards aan de wand hangen, maar één waarin werk van moderne Indonesische en Nederlandse kunstenaars centraal staat. De tentoonstelling lijkt wat betreft de keuzes voor kunstenaars en invalshoek (namelijk de relatie Nederland-Indonesië) het meest op tentoonstellingen als Beyond the Dutch. Indonesië, Nederland en de beeldende kunsten van 1900 tot nu (Centraal Museum Utrecht 2009-2010), Suspended Histories (Museum Van Loon 2013-2014) en transHISTORY (Museum Arnhem 2016 – onderdeel van de door het Indonesisch collectief RuangRupa georganiseerde Sonsbeek).  Dit waren allemaal interessante, vernieuwende contemporaine kunsttentoonstellingen -in tegenstelling tot deze expositie binnen museale muren- die het debat over de relatie Nederland-Indonesië naar een ander plan tillen.

Wat betekent ‘thuis’?

Daar waar recentelijk de kunstenaars van transHISTORY de symbiose opzochten tussen kunst en omgeving en de interactie met het publiek aan wilden gaan om te laten zien dat (koloniale) geschiedenis niet statisch was, onderzoeken in Rethinking HOME Nederlandse en Indonesische kunstenaars als Tiong An, Ade Darmawan en Kevin van Braak wat ‘thuis’ eigenlijk betekent. Ter voorbereiding verbleven de kunstenaars in elkaars land om de betekenis van dit thema te onderzoeken en deelden zij hun bevindingen met elkaar. De kunstwerken die het product zijn van deze gedachteoefening blijken vaak te reflecteren op de veelal gewelddadige of sociaal ontwrichtende gevolgen van verweven Indonesisch-Nederlandse geschiedenissen. Het levert een boeiende en afwisselende expositie op waarin gebruik wordt gemaakt van diverse media als installaties, moderne batikdoeken, video’s en collages.

‘Thuis’ en de kunst

Er wordt gereflecteerd op wat Marianne Hirsch zo mooi ‘postmemories’ noemde: traumatische herinneringen die door individuen en zelfs samenlevingen doorgegeven worden aan latere generaties die deze herinneringen eigen maakten alsof ze van hen zelf waren en onderdeel van hun identiteit werden.[i] Op de tentoonstelling is een documentaire te zien van Kaleb de Groot (1974) en Ibe Trino-Molenkamp (1973) waarin de doorwerking van de koloniale oorlogsverschrikkingen in Aceh honderd jaar later duidelijk blijkt. De kunstenaars trachtten in de documentaire een monument ter herinnering aan die gruwelijkheden in Aceh op te richten, als ook om de algemene onbekendheid in Nederland met deze geschiedenis te doorbreken en het collectieve geheugen te veranderen: het heet dan ook Counter Memory 010.

sta-in-de-weg2
Kevin van Braak, ‘Een sta in de weg’, 2016.

Over persoonlijke, identiteitsvormende postherinneringen en de relatie tot een andere dominante collectieve herinnering gaat het ook in het kunstwerk ‘Een sta in de weg’ van Kevin van Braak (1975). Hij transformeerde Nederlandse oude, kleine zwart-wit foto’s gemaakt tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië tot batikdoeken. Daarmee vertaalde hij een persoonlijke, Nederlands nationale geschiedenis naar een verhaal in Indonesische techniek en verbond hij beide culturen onlosmakelijk met elkaar, maar zonder dat die geschiedenis echt gekend kan worden. Zo uitvergroot en omgevormd tot piepkleine puntjes in was verliezen de doeken hun scherpte en helderheid als je dichtbij staat. En, ook als je veraf staat weet je niet zeker wat je ziet; het is ‘een sta in de weg’. Net als de geschiedenis waarnaar de foto’s refereren en de dominante collectieve Nederlandse herinnering over deze periode: niemand weet zeker wat er precies gebeurde.

Dat ‘thuis’ behoren in een koloniale samenleving nooit evident en vanzelfsprekend was, maar een constante cultuurpolitieke onderhandeling, laat de installatie van FX Harsono (1949) zien. Hij toont met een simpele maar sprekende installatie hoe identiteiten van bovenaf, tamelijk willekeurig, bepaald konden en kunnen worden en van invloed waren op de identiteit en het gevoel van thuis zijn voor veel Peranakan Chinezen en Chinese Indonesiërs. De installatie bestaat uit pasfoto’s en definities van woorden als ‘burger’ aan de wand. De oplettende bezoeker is geen toeschouwer, maar deelnemer: een houten bureau met stempels en immigratiekaarten biedt de mogelijkheid van het invullen van de kaarten om het proces te ervaren.

harsono
FX Harsono, ‘Fragments of migration’, 2016.

Tiong Ang (1961) verkent zijn eigen geschiedenis en zijn gevoel van thuis zijn met een bijzonder project. In Jakarta liet hij scenes naspelen van de film The year of living dangerously. Daarin stond het zeer onrustige jaar 1965 centraal waarin in Indonesië, vanwege een (vermeende?) dreigende coup, massaal op communisten werd gejaagd. Hierbij werden ook talloze niet-communisten slachtoffer. Tiong Ang zelf vluchtte vanwege deze geschiedenis naar Nederland.

Ondanks de gruwelijkheden van die tijd zie je in de installatie afgebeelde scènes en audities hoe de Indonesische acteurs vol verve en enthousiasme de rol van communist of militant spelen. De twee televisieschermen worden geflankeerd door Indonesische vlaggen. Hiermee benoemt de kunstenaar de dominante herinnering in Indonesië, gevoed door media als film, waarin geen plaats is voor kritische reflectie en de overwinning op het communisme centraal staat. Wat is authenticiteit en wat is je eigen perceptie en wat is die van een ander? Het zijn vragen die dit werk en zijn eerdere werken kenmerken. Tegelijkertijd laat hij met dit project zien wat zijn thuis typeerde en wat hem bewoog naar zijn nieuwe thuis, Nederland, te verhuizen. Ook hier worden, ditmaal indirect, Indonesische met Nederlandse geschiedenissen verbonden.

tent1w
Tiong Ang, ‘A year of living dangerously’, 2016.

Een bijzonder project en tentoonstelling

Er zijn meer van dergelijke, indringende, veelal in hun simpelheid zeer doeltreffende, kunstwerken in de kleine witte ruimte in Amsterdam-Noord. Hoewel het uitwisselingsproces (in tegenstelling tot het maakproces, dat beschreven is op losse uitdeelbladen) van de bevindingen en inzichten tussen de kunstenaars an sich niet direct zichtbaar is in de expositie, geven de kunstwerken vorm aan gedachten over (het ondergaan van) verplaatsing en aan het zoeken naar elementen die thuis doen voelen. Het is dit dialectische proces dat dit project bijzonder maakt. Het sluit bovendien aan op de Indonesische schrijfster Ayu Utami’s overtuiging dat we de context van de gemeenschappelijke geschiedenis enkel dialectisch kunnen overstijgen door ‘het pijnlijke en het prettige [te] doorvoelen’ en alles te accepteren ‘zonder het te vergeten’.[ii]

En dat doen deze kunstwerken. De werken fascineren en roepen vragen op. Nergens is de geschiedenis Indonesië-Nederland echt mooi of vredig. Het is meestal grimmig, rauw en schuurt. Het wordt iedere bezoeker duidelijk dat deze vervlochten geschiedenissen van invloed zijn op het thuisgevoel van mensen, maar dat deze vaak niet corresponderen met dominante collectieve herinneringen. Deze boeiende, prikkelende en geëngageerde tentoonstelling geeft daarmee zicht op geschiedenissen en identiteiten op zowel individueel als nationaal niveau, brengt ze ter discussie en daarmee naar een nieuw, hoger en ander plan.

De tentoonstelling in Rethinking HOME in Nieuw Dakota (Ms. Van Riemsdijkweg 41b) is nog te zien tot en met 9 oktober 2016.

Deelnemende kunstenaars: Jennifer Tee, Kaleb de Groot en Iben Trino-Molenkamp, Kevin van Braak, Tiong Ang, Naro Snackey, Ade Darmawan, Agung Kurniawan, Tintin Wulia, Prilla Tania en FX Harsono.
De Indonesisch-Nederlandse uitwisseling staat onder leiding van de curatoren Agung Hujatnikajennong uit Indonesië en Christine van den Bergh uit Nederland.

ardjuna_candotti_1_2-199x223

Over coauteur Ardjuna Candotti: zij werkt voor het Indisch Herinneringscentrum en houdt zich bezig met educatie en het ontwikkelen van tentoonstellingen.

Noten

[i] Zie onder meer: Marianne Hirsch, ‘Family pictures: Maus, mourning, and post-memory’, Discourse 15 (1992) no. 2, 3-29 en: Marianne Hirsch, ‘The generation of postmemory’, Poetics Today 29 (2009) 103-128.

[ii] Ayu Utami, ‘Voorwoord’, in: Harm Stevens, Gepeperd verleden. Indonesië en Nederland sinds 1600 (Amsterdam / Nijmegen 2015) 12-13.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s