Emotie in de kolonie

28|02|2017

Een nieuwe interessante bundel is verschenen: Anxieties, Fear and Panic in Colonial Settings. Empires on the verge of nervous breakdown (redactie van Harald Fischer-Tiné). In het boek wordt de rol van negatieve emoties als angst in koloniale staten onderzocht. Specifieke  aandacht is er voor de relatie tussen gekoloniseerden en kolonisator. Ik moet het nog te pakken zien krijgen, dus over de inhoud kan ik verder niet meer zeggen, maar het ziet er interessant uit.anxieties-fear-and-panic-in-colonial-settings-empires-on-the-verge-of-nervous-breakdown

Het afgelopen semester hebben ruim vijftien masterstudenten van de Open Universiteit  zich ook beziggehouden met emoties in de kolonien. Hun onderzoek richtte zich vooral op de uiting van emoties van Europeanen in de kolonie en de manier waarop die verbonden zijn met macht en politiek.

Emoties zijn interessant voor historisch onderzoek, omdat we sinds de ‘affective turn’ van het midden van de jaren negentig van de twintigste eeuw begrijpen dat ze nooit enkel een biologisch fenomeen zijn en overal ter wereld, in alle culturen, dezelfde betekenis hebben. Emoties zijn plaats-, tijd- en cultuurafhankelijk; ze worden door diverse sociale groepen op andere tijden en plaatsen op een specifieke manier gewaardeerd. Emoties beïnvloeden zo handelingen van mensen en sociale en culturele attitudes. Een mens behoort nooit tot slechts één emotionele gemeenschap. Historicus Barbara Rosenwein stelt dat personen zich in verschillende en overlappende emotionele gemeenschappen kunnen bewegen. Emoties geven, kortom, inzicht in de manier waarop samenlevingen en sociale groepen functioneren.

De koloniale context, met zijn ongelijke machtsverhoudingen en hiërarchische koloniale samenleving die het permanent noodzakelijk maakten om zichzelf te onderscheiden van de ‘Ander’, maakte emoties extra belangrijk en daarmee gepolitiseerd. De bekende postkoloniale antropologe Ann Stoler wees er al op hoe weinig rationeel koloniale staten waren, maar hoe zij gedreven werden door bepaalde gevoelens en sentimenten, die nauw verbonden werden met opvattingen van ras. De koloniale situatie creëerde dan ook specifieke ‘koloniale’ emoties die de samenleving beheersten. De auteurs van het eerder genoemde werk leggen bijvoorbeeld de nadruk op angsten, paniek en zorgen.

Emotioneel regime

Wellicht vormde de Europese koloniale elite van Nederlands-Indië zelfs, om een term van historicus en antropoloog William Reddy te gebruiken, een emotioneel regime. Elk stabiel politiek regime had een set van normatieve emoties met daarbij behorende praktijken en rituelen die dat bestuur ondersteunden. Ieder lid van de gemeenschap dat zich niet conformeerde aan de emoties die binnen die gemeenschap als de norm werden gezien en derhalve het regime konden ondermijnen, werd buiten de groep geplaatst. Het wekt geen verbazing dat in een emotioneel regime machtsverhoudingen binnen de groep centraal staan – een situatie die sterk op koloniale samenlevingen van toepassing is.

feiten-van-brata-yoeda

Het door houtworm aangevreten exemplaar van de bibliotheek van Universitas Gadjah Mada, Yogyakarta, Indonesië.

Zo viel A.M. Courier dit Dubekart (1839-1885), een net zo’n boze, maar minder getalenteerde van zich af schrijvende ambtenaar als Eduard Douwes Dekker, buiten de Europese gemeenschap nadat hij eerst de ‘talrijke vicieuse toestanden’[1] in de Nederlandse kolonie in de Soerabaija Courant aan de kaak had gesteld en daarna in zijn vuistdikke aanklacht Feiten van Brata-Yoeda (1872).[2] Hij werd al na zijn aantijgingen in de krant veroordeeld wegens laster. Toen hij in de gevangenis zijn Feiten schreef, betekende het dat zijn maatschappelijke en sociale leven in de kolonie over was. Hij verwoordde het zelf als volgt: ‘Ik heb getoond te willen lijden voor de goede zaak en daarvoor reeds alles op het spel gezet.’[3]

Ook het achteraf zwijgen en de getoonde, bijna apathische, berusting van militairen over de Nederlandse oorlogsacties in de Indonesische archipel tussen 1947 en 1949 kunnen gezien worden als uitingen van een emotioneel regime. Eén van de Friese militairen uit Hylke Speerstra’s Op klompen door de dessa: Indiëgangers vertellen verwoordde die berusting als volgt: ‘Dat moment; ik kan het niet geloven dat zoiets tot heil van de bevolking is. En toch moet het zo.’[4] Zwijgen en apathie in de situatie kon het wankele politiek-militaire regime in stand houden. Uitsluiting van de groep volgde op eenieder die dat durfde te doorbreken. Die werd ‘een lafbek’. Iemand met  een ‘onvermogen om met zijn verleden te leven’.[5]

Emotionele gemeenschap tussen 1940 en 1955

De gebeurtenissen in tussen 1942 en 1949 riepen emoties op bij de Europese burgerbevolking waaruit duidelijk werd dat zich een emotionele gemeenschap had gevormd. H.J. van der Meer (1895-?) was vlak voor de Tweede Wereldoorlog administrateur op Tanara, een onderafdeling van de thee-onderneming Malabar (u weet wel, van de familie Kerkhoven van Haasse’s Heren van de Thee).[6] Hij schreef, terugkijkend op de capitulatie van Nederlands-Indië aan Japan, op 9 maart 1942:

‘Ik geloof niet dat ik mij ooit zo beschaamd heb gevoeld als die nacht. Dat er aan het gedurende eeuwen opgebouwde Nederlandse prestige, waar niet alleen als ons handelen maar zelfs onze loutere aanwezigheid in dit land op steunde, in één nacht zo abrupt een einde kon komen, betekende een onherstelbaar gezichtsverlies.‘[7]

van-der-meer-en-soekarno-st-indisch-thee-en-familiearchief-van-der-huch-cs

Van der Meer en Soekarno. Archief Stichting Indisch Thee- en Familiearchief Van der Huch cs.

De plaatsvervangende schaamte van Van der Meer laat zien hoezeer hij onderdeel was van een emotionele gemeenschap. Het treedt namelijk op als men zich aangesproken voelt als een groep iets gedaan of nagelaten heeft en dat door anderen wordt gezien en afgekeurd.

Van der Meer voelde zich als groep aangesproken op de overgave; op het gezichtsverlies dat de groep, en daarmee hij persoonlijk, leed en die de legitimiteit van de Europese aanwezigheid in Indië ter discussie stelde. Het was een algemeen gedeeld gevoel: bij de voormalige koloniaal ambtenaar Max van der Jagt (1873-1960) traden in 1949, op het moment dat Nederland aan Indonesië de soevereiniteit overdroeg, vergelijkbare gevoelens op. ‘‘Ik verklaar hierbij voor het forum van het Nederlandse volk dat ik mij schaam Nederlander te zijn’ is Belonje’s laatste woord geweest en wij zeggen het hem na’, schreef Van der Jagt nog in de jaren vijftig van de twintigste eeuw.[8]

Het wil niet zeggen dat de gehele Europese bevolking in de kolonie tot deze emotionele gemeenschap behoorde. Er werd door anderen op dezelfde omstandigheden verschillend gereageerd. Dit laat zien hoe er verschillende emotionele gemeenschappen tegelijkertijd kunnen bestaan.

Tot slot

De hier kort aangestipte onderzoeken van de studenten naar emoties geven inzicht in het functioneren van koloniale samenlevingen die anders niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Het zou interessant zijn in een vervolgonderzoek de verbinding te leggen met ook en vooral de Indonesische gemeenschap. Dat zou een breder en completer beeld van het functioneren van een bepaalde samenleving in een bepaalde tijd opleveren.

Met dank aan Wijnt van Asselt, Ron Berkhout, Jan-Willem Hueting en André Paijmans.

Noten

[1] A.M. Courier dit Dubekart, Feiten van Brata-Yoeda of Nederlandsch-Indische toestanden (Semarang 1872) I.

[2] Ron Berkhout, ‘Ik heb getoond te willen lijden voor de goede zaak en daarvoor reeds alles op het spel gezet’. De emoties van koloniaal klokkenluider A.M. Courier dit Dubekart (1839-185) (ongepubliceerd werkstuk [2017]).

[3] In idem.

[4] Hylke Speerstra, Op klompen door de dessa: Indiëgangers vertellen (Amsterdam 2015) 102) In: André Paijmans, Levenslang Indië. Emoties en het emotionee regime van Indiëgangers van 1949 tot heden (ongepubliceerd werkstuk [2017]).

[5] S.F. Scagliola, Last van de oorlog. De Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië en hun verwerking (Amsterdam 2002) 317.

[6] H.J. van der Meer, Op de waterscheiding. Schetsen van een theeplanter in de ‘kentering der tijden’ 1906-1956 (Den Haag 1993). In: Wijnt van Asselt, Een schep emotie in de thee. Een onderzoek naar het bestaan van emotiegemeenschappen binnen de groep Nederlands Europese planters in de Preanger in de periode 1942–1945 (ongepubliceerd werkstuk [2017]).

[7] Stichting Indisch Thee- en Familiearchief Van der Hucht c.s. (SITFA), Amersfoort. Dossiernr 1.4.3.3.2.4., inv.nr. 1198.45, p. 18. In: Wijnt van Asselt, Een schep emotie in de thee.

[8] M.B. van der Jagt, Memoires van M. B. van der Jagt, oud-gouverneur van Soerakarta (Den Haag 1955) 329. In: Jan-Willem Hueting, Roepen vanuit een verloren paradijs. Nostalgie in de memoires van Indiëbestuurder M.B. van der Jagt (ongepubliceerd werkstuk [2017]).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s