De ‘andere’ stem? Recensie ‘Depok: de droom van Cornelis Chastelein’, Westfries Museum Hoorn – nog tot en met 6 oktober 2019

Afgelopen zaterdag opende de tentoonstelling ‘Depok: de droom van Cornelis Chastelein’ in het Westfries Museum in Hoorn. Deze tentoonstelling is onderdeel van het nieuwe beleid van het museum om de geschiedenis vanuit meer perspectieven te belichten en meerstemmigheid als leidraad te nemen. In deze tentoonstelling is wel degelijk een ander dan enkel een Europese stem te horen, maar die stem klinkt nog wel heel zacht en voorzichtig. Om het museum te dekoloniseren is meer nodig.

Fotoalbums en gastenboeken: Indonesisch erfgoed in het Nederlands Nationaal Archief

In de periode 1945-1949 zijn door Nederlandse militairen talloze documenten, ook zeer persoonlijke als fotoalbums en gastenboeken, in Indonesië in beslag genomen. Deze documenten bevinden zich nog steeds in het Nederlandse Nationaal Archief in Den Haag. Nu het debat over de restitutie van voorwerpen, verworven in voormalige koloniën, en de dekolonisatie van instellingen steeds intensiever en ook breder, zoals binnen archiefinstellingen, gevoerd wordt, zou het goed zijn de discussie uit te breiden naar de verschillende documenten die zich nog steeds in Nederland bevinden. Wiens erfgoed vertegenwoordigen deze voorwerpen, wiens herinneringen, en zijn deze documenten niet beter elders op hun plaats?

De Parelkoning van Banda en koloniaal verschil

Het leven van de rijkste man op Banda rond 1900, Said Tjong Baädilla (1859-1933) laat zien hoe gekoloniseerden door hun culturele hybriditeit en maatschappelijke positie op weerstand en discriminatie konden stuiten in een door westerse koloniale machtsverhoudingen gedomineerde wereld. Een wereld waarin het verschil tussen kolonisator en gekoloniseerde duidelijk kenbaar moest worden gemaakt en waarin zij die onbedoeld de grenzen op zochten van dat verschil niet getolereerd werden.

De biografie van een ambtsketen: de keten van de sultan van Ternate

Niet alleen mensen, maar ook objecten hebben een biografie. In dit artikel staat centraal de levensloop van een ambtsketen van de sultan van Ternate, afkomstig uit de collectie van het Rijksmuseum en sinds 2013 ‘op zaal’ te bewonderen. De verschillende betekenissen die tijdens het ‘leven’ van de keten door verschillende groepen mensen aan het voorwerp zijn toegeschreven, bieden een venster op de koloniale en postkoloniale geschiedenis en de manier waarop daar mee omgegaan werd en wordt. Uiteindelijk blijkt dat in Nederland na de Tweede Wereldoorlog de keten vooral begrepen werd vanuit een Nederlands-nationaal perspectief op de geschiedenis. De (post)koloniale geschiedenis is sindsdien naar de achtergrond verdwenen en bijna altijd benaderd vanuit een Westers perspectief.

Maand van de Geschiedenis 2018: Opstand en koloniaal Indonesië

De Maand van de Geschiedenis besteedt ook aandacht aan ‘opstand’ in voormalig Nederlands-Indië. Op het eerste gezicht en onbewust geeft het geheel aan diverse bijdragen aan de Maand de impressie van versnipperde koloniale opstanden, terwijl onlangs juist is aangetoond dat er in het geval van koloniaal Indonesië sprake was van eeuwenlang structurele oorlog. Dit is echter een beeld van het koloniale verleden dat in Nederland maar moeilijk bekijft.

Gesnelde schedels, een geweer en kompas: Georg Müller en een groep Dayaks

Het leven van de uit Mainz afkomstige en in de Nederlandse kolonie gestorven Georg Müller en de aan hem toegeschreven objecten laten ons zien hoe de geschiedenissen van de diverse Europese staten met elkaar en de diverse koloniën waren verbonden. De betekenissen van die voorwerpen geven bovendien inzicht in de werking van het kolonialisme: machtsoverheersing gebaseerd op raciaal-culturele ideeën over beschaving versus primitiviteit, superioriteit versus inferioriteit.

De materiële erfenis van de Lombokexpeditie

Steeds meer musea beginnen kritisch naar de herkomst van hun eigen, koloniale, collecties te kijken. Sinds de teruggave van voormalige koloniale collecties internationaal op de agenda werd gezet, zijn velen van mening geweest dat zich weinig tot geen koloniale roofbuit zou bevinden in Nederlandse musea. Ik denk echter dat we ons nog niet ten volle realiseren hoezeer alomtegenwoordig deze koloniale ‘last’ juist is – niet alleen in etnografische, maar zelfs in kunst- en cultuurhistorische musea als bijvoorbeeld het Rijksmuseum. Aan de hand van roofbuit uit de Lombokexpeditie van 1894 probeer ik dat hier aan te tonen.

Een Nederlands bobsleeteam met een koloniaal tintje

Tegenwoordig wordt er nog steeds een beetje lacherig gedaan over landen die geen koude winters kennen, maar die wel besluiten deel te nemen aan de Winterspelen. Het eerste Nederlandse bobsleeteam was echter niet minder exotisch of onervaren: het was een tamelijk onervaren groepje mannen waarbij de Nederlands koloniale en dus tropische achtergrond van twee van hen niet geholpen zal hebben.