Fotoalbums en gastenboeken: Indonesisch erfgoed in het Nederlands Nationaal Archief

In de periode 1945-1949 zijn door Nederlandse militairen talloze documenten, ook zeer persoonlijke als fotoalbums en gastenboeken, in Indonesië in beslag genomen. Deze documenten bevinden zich nog steeds in het Nederlandse Nationaal Archief in Den Haag. Nu het debat over de restitutie van voorwerpen, verworven in voormalige koloniën, en de dekolonisatie van instellingen steeds intensiever en ook breder, zoals binnen archiefinstellingen, gevoerd wordt, zou het goed zijn de discussie uit te breiden naar de verschillende documenten die zich nog steeds in Nederland bevinden. Wiens erfgoed vertegenwoordigen deze voorwerpen, wiens herinneringen, en zijn deze documenten niet beter elders op hun plaats?

De Parelkoning van Banda en koloniaal verschil

Het leven van de rijkste man op Banda rond 1900, Said Tjong Baädilla (1859-1933) laat zien hoe gekoloniseerden door hun culturele hybriditeit en maatschappelijke positie op weerstand en discriminatie konden stuiten in een door westerse koloniale machtsverhoudingen gedomineerde wereld. Een wereld waarin het verschil tussen kolonisator en gekoloniseerde duidelijk kenbaar moest worden gemaakt en waarin zij die onbedoeld de grenzen op zochten van dat verschil niet getolereerd werden.

Recensie tentoonstelling Rethinking HOME, Nieuw Dakota, Amsterdam

Dit keer geen tentoonstelling over Nederland en Indonesië waarin Raden Salehs en Doyers aan de wand hangen, maar één waarin werk van moderne Indonesische en Nederlandse kunstenaars centraal staat en die het debat over de relatie Nederland-Indonesië naar een ander, hoger, plan kan tillen. In Rethinking HOME onderzoeken Nederlandse en Indonesische kunstenaars als Tiong An, Ade Darmawan en Kevin van Braak wat ‘thuis’ eigenlijk betekent en dat levert zeer indringende kunstwerken op die veelal reflecteren op de verweven geschiedenis Indonesië-Nederland. Het is dit dialectische proces dat ten grondslag lag aan de kunstwerken en hun zeggingskracht die deze tentoonstelling bijzonder maakt.

Kijken zonder te zien: Van der Chijs’ reis naar Palestina vanuit Indië in 1869

De Delftse boterhandelaar Jacobus van der Chijs (1813-1889) vertrok in de zomer van 1869 op weg naar Java en reisde terug over onder meer Palestina. Dat land betrad hij met wat John Urry de ‘tourist gaze’ noemde: een geheel van verwachtingen van reizigers, op zoek naar ‘authentieke’ ervaringen, van plaatsen en de bevolking. Die verwachtingen waren gevormd door een in Europa gevormd beeld dat Van der Chijs had over ‘de Oriënt’ en dat als gevolg daarvan ook zijn ervaringen bepaalde. Hij zag, kortom, zonder echt te zien.

Over kannibalen en de Efteling

Een groep die zich ‘Stop Oppressive Stereotypes’ noemt beschuldigde begin juli 2016 Nederlands meest geliefde pretpark de Efteling ervan racistisch te stereotyperen door middel van attracties als Monsieur Cannibale en Carnaval Festival. Hoewel de meeste reacties die deze brief opwekt, lijken te suggereren dat bepaalde groepen in de Nederlandse samenleving weer iets nieuws gevonden hebben om over te ‘zeuren’, is niets minder waar.
Zoals onlangs emeritus hoogleraar Wekker stelde, is racistisch denken onderdeel van het Nederlands culturele archief, maar strookt niet met het beeld dat de Nederlandse natie van zichzelf heeft. Hierdoor komt het dat racisme en ook koloniaal geweld, zoals Paul Bijl dat enkele jaren geleden stelde, niet herkend worden en mensen de woorden niet kunnen vinden hierover te spreken.

Coen en de onproblematische vanzelfsprekendheid van het koloniale verleden in Nederland

De donkere kanten van het Nederlandse koloniale verleden worden, zelfs als men er dagelijks mee geconfronteerd wordt in de publieke ruimte, niet of nauwelijks herinnerd. Op de vraag van De Volkskrant of dergelijke geschiedenissen, zoals het slavernijverleden, onderwezen moeten worden in het onderwijs, wordt door sommigen nog steeds heel terughoudend gereageerd. Dit komt omdat het koloniaal verleden niet herkend en erkend wordt als onderdeel van het Nederlands nationale verleden en daarmee van de collectieve identiteit, terwijl dat feitelijk wel zo is. Onderwijs kan juist daarin verandering brengen.