Een Nederlands bobsleeteam met een koloniaal tintje

Ik ben onderzoeksmateriaal kwijt en zit met groeiende frustratie door mijn mappen op mijn computer te scrollen. Als gevolg daarvan kwam ik onderstaande foto van het eerste Nederlandse bobsleeteam weer tegen. Hier zijn vijf van de zeven Nederlandse deelnemers aan de tweede Olympische Winterspelen in 1928 in Sankt Moritz afgebeeld. Het zijn de vijf Nederlandse bobsleeërs (ja, toen telde een bob nog vijf personen): piloot Curt van de Sandt (1885-1930), Henri Dekking (1892-1967), Paul Delprat (1882-1956), J.H.P.F. Menten (1873-1964) en jhr. Edwin Texeira de Mattos (1898-1976).  De overige twee deelnemers waren schaatsers.

Bobsleeteam

V.l.n.r. J.H.P.F. Menten, H.L. Dekking, J.P. Delprat, jhr. E. Teixeira de Mattos, C. van de Sandt. Collectie Het Leven via Nationaal Archief, Den Haag.

Het eerste Nederlandse bobsleeteam

Tegenwoordig wordt er nog steeds een beetje lacherig gedaan over landen die geen koude winters kennen, maar die wel besluiten deel te nemen aan de Winterspelen (denk aan het Jamaicaanse bobsleeteam dat sinds Calgary in 1988 regelmatig van de partij is of de Nigerianen die deze Winterspelen voor het eerst een bobsleeteam presenteerden), maar dit Nederlandse bobsleeteam was niet minder ervaren of exotisch. Het team had eerder dat jaar de Coupe de France gewonnen, maar het is veelbetekenend dat Van der Sande en Menten de enigen waren die de bobsleebaan in Zwitserland goed kenden.[1]

Bobsleeën was uiteindelijk nog een jonge sport en de mogelijkheden om in Nederland te sleeën zeer beperkt. Dat zowel Menten als de man in het midden, Paul Delprat, in Indië geboren waren en een groot deel van hun leven daar hadden doorgebracht, zal ook niet geholpen hebben met hun ervaring met sleeën. Ondanks dat was de toen al wat oudere Menten die tweede Olympische Winterspelen wel een van de meest ervaren Nederlandse atleten. Zo sleedde hij al in 1913 in Zwitserland (en liet de bob crashen, maar dat terzijde).

Menten was geboren in 1873 Muntok in Sumatra uit een familie die van moederskant al drie generaties in Indië leefden. Zijn van oorsprong Limburgse vader werkte als ingenieur voor het Indisch mijnwezen. Paul Delprat was in 1882 Bandung geboren en in Sumatra opgegroeid. Op zijn achtste voer Paul, zoals zoveel Nederlands-Indische jongens, naar Nederland om daar naar school te gaan. Hij ging onder begeleiding van de bekende zoöloog A.A.W. Hubrecht (1853-1915), die door Indië had gereisd om dieren voor de Amsterdamse dierentuin Artis te verzamelen. Het verhaal gaat dat Hubrecht een grote verzameling beesten mee aan boord had genomen en dat Paul als een blok voor een baby orang-oetan was gevallen waarna de twee onafscheidelijk werden en hand in hand over het dek slenterden, allebei even ongelukkig met verlaten van hun thuis. Paul Delprat vertrok als jongeman aan het begin van de twintigste eeuw weer naar Indië om in 1924 naar Holland terug te keren. En vier jaar later, op vijfenveertigjarige leeftijd, dus deel te nemen aan de tweede Winterspelen. Menten was bij deelname zelfs nog tien jaar ouder.

Zowel Delprat als Menten waren sportief. Paul speelde rond 1900 al fanatiek ‘football’ en liep hij, tot groot ongenoegen van zijn ouders, regelmatig blessures op.[2] Menten had zelfs tussen 1887 en 1894 driemaal het Nederlands voetbalkampioenschap gewonnen. Wellicht dat beide mannen elkaar kenden van het voetballen of van hun leven op Sumatra, maar hoe zij precies op latere leeftijd in aanraking kwamen met de nieuwe sport bobsleeën is (nog) niet duidelijk.

Sankt Moritz, 1928

Die olympiade in Sankt Moritz waar zij hun Olympische debuut maakten, verliep overigens een beetje teleurstellend (in Historiek verscheen recentelijk een aardig stuk hierover). De feestelijke opening werd bedorven door het slechte weer (‘goor-grijs’, aldus de Nederlandse verslaggever ter plekke[3]), armzalig lege tribunes en invallende dooi. Aanvankelijk ging het gerucht dat de Nederlandse ‘bobbers’ (zo werden zij al genoemd in de pers) helemaal niet zouden starten, maar niets bleek minder waar te zijn.

Bob genaamd Tropm, C vd Sandt stuurtman, Delprat, Texeira de Mattos en Hubert Menten Het Vaderland 9 feb 1928

Het eerste Nederlandse bobsleeteam in actie. Uit Het Vaderland, 9 februari 1928.

Hun eerste run in de speciaal voor hen gebouwde bob ‘Tromp’ (er was ook een net zo patriottistische ‘De Ruyter’) verliep al niet helemaal vlekkeloos, maar de volgende run liep echt uit op een fiasco. De als technisch beschouwde bobbaan stond vol met plassen door het warme weer en de een na de andere bob verongelukte tijdens hun run. Dat er geen verbandkist, geen watten, ‘hoegenaamd niets’, aanwezig was, maakte de ellende nog groter. ‘Het was een droevige aanblik om al die bebloede hoofden en gezichten te zien’, schreef Het Vaderland vol understatement.[4] Ook het Nederlandse team crashte. De mannen kwamen er evenwel nog goed van af: de stuurman, Van de Sandt, verzwikte slechts zijn pols en Paul Delprat liep twee gaten op in zijn linker scheenbeen.

Ondanks dat de Nederlanders verongelukten, behaalden ze, gehavend en wel, nog de twaalfde plek in een veld van drieëntwintig. Een goede prestatie voor een team in een nog jonge sport – een verdienste met een koloniaal, tropisch randje.

Noten

[1] Het Vaderland, 3 februari 1928.

[2] Familie-archief Delprat. Brief Th.F.A. Delprat aan C.C. Delprat, 16 februari 1899.

[3] ‘Sport. De olympische winterspelen’, De Sumatra Post, 12 maart 1928.

[4] Het Vaderland, 9 februari 1928.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s