Sumatra in de Alpen: villa Patumbah in Zürich

25 | 9 | 2018

Dichtbij het meer van het Zwitserse Zürich, op een plek die eens vrij uitzicht had op het water, de stad en de bergen, staat een riante negentiende-eeuwse villa met koetshuis. Verschillende neostijlen strijden binnen en buiten om de aandacht van de argeloze beschouwer; Italiaanse renaissance, rococo en gotiek – alles door elkaar. Het koetshuis lijkt vanaf de overkant van de straat een eerbetoon aan de Zwitserse houten bouwstijl met elegant houtsnijwerk. Als men echter beter kijkt ziet men verwijzingen en kleuren die niet Zwitsers zijn, maar Sumatraans en dan meer specifieker Karo-Bataks: onder de dakranden ziet men rood, witte en zwarte geometrische florale motieven. En net als bij de Batak-bevolking, wordt de top van de gevel bekroond met een dier, in dit geval een vlinder, die traditioneel bescherming zou bieden. Binnenin de villa zien we behalve de bekende motieven, ook (fantasie) Chinese karakters en Chinese figuren.

Kolonialisme zonder koloniën

Sinds enige tijd wijzen verschillende Zwitserse historici, zoals Dejung, Zangger, Schär, Lüthi, Falk en Purtschert [i], op de mate waarin het land actief betrokken was bij koloniale praktijken in den vreemde. Het stond nooit eenzaam en geïsoleerd, zoals het wellicht zelf graag wil geloven, apart van alle andere, door imperialisme gedreven landen, maar nam actief deel aan de activiteiten van die koloniserende landen. Immers, het spreekwoord luidt nog steeds ‘geen geld, geen Zwitsers’: het KNIL werd aardig gevuld met jonge mannen uit het Alpenlandje. Dat nog thee en koffie daar nog steeds ‘Kolonialwaren’ genoemd orden, spreekt natuurlijk ook boekdelen. De erfenis van deze koloniale ‘inmenging’ is vooral immaterieel en voor buitenstaanders minder makkelijk te herkennen, maar soms is het juist heel tastbaar, zoals in het geval van deze Zürichse villa, die nu voor iedereen te bezichtigen is.

Villa Patumbah

Het imposante bouwwerk, ontworpen door Alfred Chiodera (1850-1916) en Theophil Tschudy (1847-1911), is in opdracht van de Zwitserse tabaksplanter Carl Fürchtegott Grob-Zundel (1830-1893) tussen 1883 en 1885 gebouwd. Grob was in de jaren 1880 rijk geworden in de tabak in Deli, op Sumatra, in de Nederlandse kolonie. Hij was, samen met diverse partners, administrateur van verschillende ondernemingen en was daarbij zeker niet de enige Zwitser. Er was zelfs een onderneming Helvetia waardoor heden ten dage in Medan nog steeds een ‘kecamatan’, een bestuurslaag, Helvetia bestaat.

Carl Furchtegott Grob ZUndel. Fotoarchief KDP, Zwitserland
Carl Fürchtegott Grob-Zundel (1830-1893). Fotoarchief KDP, Zwitserland.

De tabaksonderneming die Grob het langst bestierde, heette Patumbah en was gelegen dichtbij het dorp met dezelfde naam. Grob noemde zijn villa in Zürich dan ook ‘Patumbah’. En hoewel tegenwoordig in de villa zelf beweerd wordt dat dit in het Maleis ‘het open huis’ betekent, was het gewoon de naam van de onderneming en het dorp. Dat op zijn beurt zijn naam ontleende aan een mythe waarin speren (‘tombak’ dat uiteindelijk dus pa-‘tumbak’ werd) precies op die plaats terechtkwamen.

De ondernemingen in Deli, Sumatra, rond 1880

In deze jaren was Deli een, zoals Rob Nieuwenhuys dat zo treffend schetste, ‘samenleving in een samenleving’.[ii] Een door mannelijke Europeanen gedomineerde plantage-samenleving waar uit Java en China ingevoerde contractarbeiders (de welbekende ‘koelie’s’) onder, zo heeft Jan Breman al dertig jaar geleden aangetoond[iii], mensonterende arbeidsomstandigheden en ongekend Europees (door racisme geïnstigeerd) machtsmisbruik een nieuw land creëerden.

De onderneming Patumbah (of Marolan zoals het ook wel genoemd werd) vormde daarop geen uitzondering. Een foto in de collectie van het Tropenmuseum toont de Chinese opzichter (de ‘tandil’) van Patumbah aan het eind van de negentiende eeuw: het land achter hem is leeg en kaal. Het oerwoud was platgebrand, gerooid en verdwenen. Was het wellicht deze man die in 1886 door maar liefst honderd van de mensen die hij aanstuurde, werd aangeklaagd voor machtsmisbruik?[iv] Het gedrag van deze tandil stond niet op zichzelf.

Bijna 570 koelies, voornamelijk Chinezen, werkten in 1890 op de onderneming.[v] De in 1880 ingestelde poenale sanctie, waardoor Europese werkgevers hun arbeiders zelf onbeperkt straffen en boetes mochten opleggen, resulteerde in excessief geweld en een angstcultuur. Dat dit zijn invloed had op de kleine samenleving van Patumbah blijkt wel uit een kleine zoektocht in de onvolprezen krantendatabase Delpher. In slechts zes jaar, onder meer tijdens het bestuur van Grob, wordt de onderneming genoemd in het kader van vechtpartijen, doodslag, machtsmisbruik door Chinese opzichters, doodsbedreigingen en in brand gestoken droogschuren.[vi]

Tandil Patumbah, Deli. 1880 en 1895. Coll TM TM-60001823
De tandil van Patumbah voor zijn woning, tussen 1880 en 1895. Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen, inv.nr. TM-60001823.

In de collectieve herinnering aan het Nederlands koloniaal verleden heeft dit beeld het echter niet gehaald: Deli wordt nog steeds, en ook in die Zwitserse villa, vooral geassocieerd met avontuur, pioniersgeest, ondernemingslust en, uiteindelijk, grote winsten. De donkere kanten van het verhaal zijn wel summier bekend, maar veelal beschouwd als voetnoten in de geschiedenis. ‘De hardnekkige neiging tot onderbelichting van de zwarte kant van het koloniale bedrijf’, noemde Breman dat.[vii] De rauwe en gruwelijke werkelijkheid van mishandeling, uitbuiting en moderne lijfeigenschap wordt veelal verdrongen.

Slot: Patumbah als plaats van herinnering

Villa Patumbah is meer dan een prachtige villa. Het is een lieu de memoire: een plek van herinnering van en aan een man die zijn fortuin verdiende met ondernemingen in Sumatra, ten koste van mensen die enkel naamloos op de achtergrond figureren, en zelf, getuige zijn door Deli geïnspireerde huis, een geromantiseerd beeld had van het eiland. Het is ook een plaats van herinnering aan gruwelijke koloniale wreedheden waaraan, want ook daaraan herinnert het huis ons, ook Zwitserland, ondanks zijn positie als buitenstaander in Europa, deelnam.

Koloniale geschiedenis is een transnationale, gedeelde, Europese geschiedenis. De herinneringen daaraan worden in Zwitserland echter vooral verdrongen, want het beeld dat de Zwitsers van zichzelf en hun geschiedenis hebben (maar daar staan ze overigens niet alleen in), biedt nog steeds nauwelijks ruimte voor kritische zelfreflectie.[viii]
Met dank aan dr. Bernhard Schär die mij in Zürich op het bestaan van dit huis wees.

Noten

[i] Christof Dejung, ‘Zeitreisen durch die Welt: Temporale und territoriale Ordnungsmuster auf Weltausstellungen und schweizerischen Landesaustellungen während der Kolonialzeit’, in: Patricia Purtschert, Barbara Lüthi en Francesca Falk eds., Postkoloniale Schweiz: Formen und Folgen eines Kolonialismus ohne Kolonien (Bielefeld 2012) 333-354; Bernhard Schär, Tropenliebe. Schweizer Naturforscher und niederländischer Imperialismus in Südostasien um 1900 (Frankfurt am Main 2015); Andreas Zangger, Koloniale Schweiz: Ein Stück Globalgeschichte zwischen Europa und Südostasien (1860-1930) (Bielefeld 2011).

[ii] Rob Nieuwenhuys, Oost-Indische spiegel: wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven, vanaf de eerste jaren der Compagnie tot op heden (Amsterdam 1972) 346.

[iii] Jan Breman, Koelies, planters en koloniale politiek: het arbeidsregime op de grootlandbouwondernemingen aan Sumatra’s Oostkust in het begin van de twintigste eeuw (Dordrecht 1987).

[iv] Java-Bode, 27 september 1886.

[v] Koloniaal Verslag 1890.

[vi] Respectievelijk: Sumatra-courant, 16 februari 1886; Java-Bode, 10 februari 1886; Bataviaasch Nieuwsblad, 7 december 1891; Java-Bode, 27 september 1886; Soerabaijasch Handelsblad, 15 april 1885; Haagsche Courant, 8 december 1891; Bataviaasch handelsblad, 31 oktober 1891.

[vii] Jan Breman, ‘Het beest aan banden? De koloniale geest aan het begin van de twintigste eeuw’, Bijdragen tot de taal,- land- en volkenkunde 144 (1988) 19-43, aldaar 21.

[viii] Patricia Purtschert, Francesca Falk en Barbara Lüthi, ‘Switzerland and ‘colonialism without colonies’. Reflections on the status of colonial outsiders’, Interventions 18 (2016) 286-302.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s